Achtergrondinformatie
Bevolking
China heeft een oppervlakte van 9.956.960 km² (240 maal Nederland, 326 maal België) en telt ongeveer 1,3 miljard inwoners. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger omdat niet alle geboorten sinds de invoering van het éénkindbeleid worden aangegeven. Dit beleid is in 1979 ingevoerd om de enorme bevolkingsgroei een halt toe te roepen. Concreet houdt deze politiek in dat de Han, die ongeveer 93 procent van de totale Chinese bevolking vormen, verplicht zijn zich te houden aan het principe van één kind per paar. De minderheidsgroeperingen hoeven zich daar niet aan te houden. De regering voert dit beleid uit via een systeem van beloningen en boetes. Een hoger betaald zwangerschapsverlof, betere gezondheidszorg, meer woonruimte of gratis onderwijs. Deze beloningen blijven achterwegen wanneer de limiet van één kind wordt overschreden. Men moet dan juist belasting betalen. Een uitzondering op de regel is het krijgen van een tweeling. Onder de geschoolde middenklasse in de grote steden heeft dit beleid veel succes gehad maar op het platteland was dit beleid minder effectief. Tegenwoordig wordt het éénkindbeleid minder strikt toegepast. In vele gebieden van China mogen families wiens eerste kind een meisje is, een tweede kind. Het gevolg van het éénkindbeleid is dat er vooral in de grote steden een generatie van kinderen ontstaat die verschrikkelijk verwend wordt door hun ouders. Ook hebben deze kinderen omdat ze geen broertje of zusje hebben, niet geleerd wat het is om te delen of compromissen te sluiten. Op het platteland hebben veel gezinnen zich niet gehouden aan dit éénkindbeleid waardoor het gezinsleven minder gericht is op ‘het kind’ maar op het samen met het hele gezin werken en overleven.Eenderde van de totale bevolking woont in de stedelijke gebieden in het oosten. En hoewel deze gebieden erg dichtbevolkt zijn, zijn ze wel veel welvarender dan de meer afgelegen gebieden. Er zijn goede scholen, ziekenhuizen en er is een grote verscheidenheid aan producten te krijgen. De recente economische hervormingen hebben niet alleen geleid tot grote ongelijkheid tussen diverse regio’s maar ook tot toenemende economische verschillen binnen de bevolking.
De stedelijke bevolking zal blijven toenemen voornamelijk doordat veel boeren het verpauperde platteland verlaten om werk te zoeken in de steden. Om de druk van de steeds maar groeiende steden te verlichten is de regering bezig met het bouwen van gloednieuwe steden en het verspreiden van de bevolking over dunbevolkte gebieden in het land (Tibet en Xinjiang in het uiterste westen). De meeste Han willen niet verhuizen omdat ze die gebieden als barbaars en achterlijk beschouwen. En de lokale bevolking ziet hen ook niet graag komen.
Naast de ongeveer 1,2 miljard Han-Chinezen, die voor het merendeel in de oostelijke provincies aan de oevers van de Gele Rivier en de Yangtze leven, bestaat de rest van de bevolking van China (ruim 110 miljoen) uit 55 officieel erkende nationale minderheidsgroeperingen die voornamelijk in de noordwestelijke en zuidwestelijke provincies wonen. Samen bewonen ze zo’n 60 procent van het Chinese grondgebied. De grootste bevolkingsgroep is de Zhuang met zestien miljoen mensen, de kleinste de Lhoba met nog net geen 3000 mensen. Allemaal hebben ze hun eigen gewoonten, taal, kleding en religie. Sommige mensen zijn niet van de Han te onderscheiden, anderen vallen meteen op door hun klederdracht of hun gelaatstrekken. In het noordwesten, in het grensgebied met Pakistan, Kirgizië en Afghanistan, wonen Tadzjieken en Kirgiezen. Groene ogen en rood haar zijn hier niet zeldzaam. De islamitische Oejgoeren wonen in dezelfde regio. Het Tibetaanse Plateau is van oudsher het woongebied van de Tibetanen die dankzij de geïsoleerde ligging een heel eigen levenswijze en religie konden ontwikkelen. In het zuidwesten, in de provincie Guizhou, leven de Miao (rondom Kaili) en de Buyi (rondom Guiyang). In Yunnan leven de Bai (rondom Dali), de Dai, de Hani, de Jinua (alle drie in Xishuangbanna), de Naxi (rondom Lijiang) en de Yi. De Yao leven rondom Longsheng en de Dong rondom Sanjiang.
De rechten van de minderheidsgroeperingen zijn in de grondwet vastgelegd, maar de economische en sociale positie is niet altijd gelijk aan die van de Han. Aan de andere kant mogen de minderheden wel twee kinderen krijgen, de Han niet. De minderheden wonen vaak in nogal afgelegen (grens)gebieden, die beduidend armer zijn dan de ontwikkelde kuststrook waar de Han leven. De overheid pompt veel geld in deze gebieden door bijvoorbeeld het aanleggen van wegen en het toerisme te stimuleren. De minderheden klagen dat de meeste banen en de toeristendollars naar de Han gaan en dat ze geen gelijke kansen hebben omdat toelatingsexamens voor universiteiten in het Chinees zijn. Elk jaar komen er steeds meer Han in de minderheidsgebieden wonen, al dan niet gestuurd door de overheid. Door deze chinaficering en door de komst van toeristen verarmt de cultuur vinden sommigen. Anderen zijn blij met de toegenomen welvaart, vooruitgang en minder isolement.
Communicatie
De postbezorging in China is betrouwbaar. Postzegels zijn bij de meeste hotelrecepties verkrijgbaar. Luchtpost van China naar Nederland doet er ongeveer een week over.Het telefoonverkeer is de laatste jaren enorm verbeterd. IDD (International Direct Dialing) is vaak mogelijk, ook in kleine plaatsen. Internationaal bellen is vanuit het hotel een stuk duurder dan vanuit een telefoonbar. Met een IP (Internet Phone) telefoonkaart kun je via een lokaal nummer en de code die op de kaart staat internationaal telefoneren. Betaal voor deze kaarten nooit de prijs die op de kaart staat. Zo zijn kaarten van 100 yuan vaak 30 tot 50 yuan. Winkels met mobiele telefoons hebben vaak deze telefoonkaarten. Collect call bellen is mogelijk vanuit een aantal steden. Het collect call nummer naar Nederland is 108 31. Mobiel bellen is in grote delen van China mogelijk maar wel duur (informeer voor vertrek bij uw provider naar de mogelijkheid). SMS-en is stukken goedkoper maar gaat soms erg traag.
Er zijn ontelbaar veel internetbars in China, zelfs in kleinere dorpen. Het is er vaak rokerig en niet altijd even schoon, maar het is goedkoop, hooguit een paar yuan per uur. De internetcafés zijn meestal tot diep in de nacht geopend. De grotere zakenhotels hebben ook internet, maar vragen hogere prijzen.
Eten en drinken
De Chinese keuken is enorm gevarieerd en kent vele soms buitenissige lekkernijen. Kenmerkend is dat alles wat eetbaar is, ook gegeten wordt. Grofweg kun je China in vier culinaire regio’s verdelen: de pittige westelijke keuken van de provincies Sichuan en Hunnan, de zuidelijke subtropische keuken van Guangxi, Xishuangbanna en Yunnan, de noordelijke keukens van Beijing en Mongolië en de subtiel gekruide keuken van Shanghai en Shandong.Kenmerkend voor de zuidelijke of Kantonese keuken is dat vlees en gevogelte met fruit wordt gezoet en de veelheid aan sauzen die bij het bereiden wordt gebruikt. Verder mengen de Kantonezen vlees met vis en zijn ze berucht om hun gestoomde visgerechten en geroosterd varkensvlees. Dimsum zijn honderden kleine snacks zoals vleesballetjes, loempia’s en gevulde broodjes. Dimsum betekent letterlijk ‘het hart raken’ en wordt vooral als lunch gegeten.
De Sichuan keuken staat bekend om haar gulle gebruik van groene en rode chili’s, gember en peper. Bekende gerechten zijn mapo doufo (gebakken tahoe bereid in een heet gekruide vleessaus) of hotpot (een fondue met een bouillon die knalrood is van de pepers). De ingrediënten die je in de bouillon stopt kies je zelf uit en kunnen variëren van vlees, vis tot groente en tahoe.
In het noorden is de keuken grotendeels gebaseerd op tarwe. Jiaozi ( kleine noedelzakjes gevuld met vlees of groente) en gebakken of gestoomde broodjes vormen het basisvoedsel. Verder veel kip, rund-, schapen- en lamsvlees met ui, prei, kool en komkommer. De Mongoolse hotpot en Peking Eend zijn de meest bekende gerechten uit deze streek. Een echt eenddiner betekent dat alle onderdelen van de eend geserveerd worden. De voorgerechten zijn schalen met eendenpootjes, eendentongetjes, eendenhartjes en eendenlevertjes. Alles op een verschillende wijze bereid: gestoomd, gebakken, gefrituurd en geroerbakken. Het hoofdgerecht is de stukjes vel van de eend met flink wat vet en een klein stukje vlees eraan. Deze worden gerold in een dun pannenkoekje samen met lente-uitjes en pruimensaus en vervolgens uit de hand gegeten. Het geheel wordt afgesloten met een soep van het eendenkarkas.
In de keuken van het oosten, waar vooral rijst wordt verbouwd, komen veel vis en schelpdieren op tafel. De gerechten zijn flink gekruid met knoflook en scherpe sesamolie. In Shanghai wordt meer suiker gebruikt dan in enig ander deel in China.
In het uiterste noordwesten, Xinjiang, is de invloed van de moslims duidelijk merkbaar. Je krijgt er kebab (spiesjes rund- of schapenvlees) die geserveerd worden met grote ronde broden. In de ‘gewone’ Chinese keuken is varkensvlees een veel gebruikt ingrediënt. Ook als je specifiek om iets anders vraagt bestaat de kans dat je varkensvlees krijgt. Om dit uit te sluiten kun je in de meeste grote steden terecht in restaurants die door moslims worden gerund en waar je halal kunt eten.
Wil je absoluut zeker zijn dat er geen vlees op tafel komt, dan moet je naar een boeddhistisch restaurant. Meestal vind je die in de buurt van een tempel. Het is een keuken met veel groente, paddenstoelen en tahoe. Vaak worden er ook zogenaamde nep vleesgerechten geserveerd. Met gebruik van tahoe worden gangbare vlees- of visgerechten nagebootst. Op het menu staan toch de gebruikelijke namen zoals kip met pinda’s of zoetzure vis, maar feitelijk zijn deze allemaal voorbereid met tahoe.
De Chinezen zijn echte theeleuten. Ze nemen hun thee in eigen glazen potten met deksel overal mee naar toe; naar hun werk maar ook op reis. Thuis doen ze er een bodempje theebladeren in, waar ze dan de hele dag gekookt water bij schenken. Groene thee wordt het meeste gedronken. Chinezen drinken thee zonder suiker of melk. Gekookt water wordt bijna overal aangeboden; in treinen, op boten en in hotels. Iedereen kan er gebruik van maken. Koffie is onder de Chinezen niet populair, al kun je tegenwoordig wel op veel plaatsen oploskoffie krijgen. Cola en andere limonades zijn overal verkrijgbaar. Alcoholische dranken zijn er van wijn, bier tot sterke drank. Wijn wordt gestookt uit graan of rijst en is nogal zoet. Maotai is in China wat jenever is in Nederland. Bier (pijiu) wordt verkocht in grote flessen van ruim 0,6 liter. In China kun je beter geen water uit de kraan drinken, flessen water zijn overal te koop.
Eten doe je in China met eetstokjes een gewoonte die uit ongeveer 2000 v. Chr. stamt. In die tijd was het in China gebruikelijk om grote stukken vlees in bronzen potten te koken en stoven. In het westen daarentegen werd het vlees meestal geroosterd waardoor het harder werd en een mes nodig was om het vlees te snijden en later een vork om het vlees van het been los te trekken. Het eten met stokjes is in principe niet moeilijk, alle ingrediënten zijn zo bereid dat ze aan tafel niet gesneden hoeven worden. En anders mag je slurpen. Het is een teken dat je geniet van de lekkernijen. Knoeien op tafel, omdat je het eten met stokjes nog niet zo goed beheerst, is niet erg. Gewoon laten liggen, het is niet zo hygiënisch om het alsnog op te pikken. Ook kun je botjes of graatjes op tafel of op de grond gooien. Spelen met stokjes is onbeleefd, evenals de stokjes rechtop in de rijstkom steken. Eetstokjes krijg je in iedere eetgelegenheid, zelfs bij de kleinste straatstalletjes. Wil je zeker zijn dat ze echt schoon zijn, zorg dan dat je zelf altijd een eigen setje bij je hebt.
In de grote steden heb je naast de talrijke restaurants en kleine eetlokalen ook de gelegenheid om op straat te eten. Sinds het begin van de economische hervormingen mogen de Chinezen weer hun eigen zaak hebben. Het resultaat is straten en pleinen vol met eetstalletjes die vooral 's avonds voor gezellige drukte zorgen. Het eten is er over het algemeen betrouwbaar omdat de gerechten, zoals overal in China, onder hoge temperatuur in een wok klaar worden gemaakt. Bestellen doe je door de verschillende ingrediënten aan te wijzen. Of bij andere gasten op het bord kijken en vervolgens aanwijzen wat je lekker lijkt. In de grote steden vind je fastfood restaurants waar je hamburgers en pizza kunt kopen. Ook zijn restaurants met een internationale keuken zoals Italiaans, Indiaas, Japanse en Mexicaans.
Het Chinese ontbijt bestaat meestal uit rijstsoep met gestoomde broodjes, jiaozi of gefrituurde deegflappen. In de grote steden zijn tegenwoordig bakkerijen waar je broodjes en cake kunt kopen. Internationale hotels bieden vaak een westers ontbijtbuffet aan. In de toeristische plaatsen als Yangshuo, Lijiang en Dali vind je met name eethuizen die zich op westerlingen richten. Yoghurt, muesli, pizza en pannenkoeken zijn hier onder buitenlanders zeer populair. In de meeste treinen is er een soort catering aanwezig waar je kunt kiezen uit een bakje rijst plus een groentemix en wat vlees of vis. Tijdens busreizen wordt er meestal gestopt bij Chinese wegrestaurants waar je de keuze hebt uit rijst met vier vaste gerechten.
Kraanwater
Het wordt afgeraden water uit de kraan te drinken. Indien u niet in de mogelijkheid bent om water in flessen te kopen, kook dan het water gedurende 5 minuten. Na het water afgekoeld te hebben kunt u het veilig gebruiken als drinkwater en voor zaken als tanden poetsen, lenzen schoonmaken en het wassen van groente en/of fruit.
Feestdagen
China kent een aantal nationale feestdagen: Nieuwjaar (1 januari), Internationale Vrouwendag (8 maart), Dag van de Arbeid (1 mei), Dag van de Jeugd (4 mei), Dag van het Kind (1 juni), Dag van de Communistische Partij (1 juli), Dag van de stichting van de PLA (1 augustus), Dag van de Volksrepubliek (1 oktober).Daarnaast zijn er de traditionele feestdagen die de maankalender volgen en daarom niet altijd op dezelfde datum vallen. De meeste minderheidsgroepen hebben ook ieder hun eigen festivals. De gebruiken verschillen van streek tot streek.
Het Chinese Nieuwjaar of Lentefestival (Chun Jie) is voor de Chinezen de belangrijkste jaarlijkse feestdag waarbij iedereen minstens twee dagen vrij heeft. Ook in vele steden buiten China wordt het Chinese Nieuwjaar gevierd. Het Chinese Nieuwjaar valt op de dertigste dag van de twaalfde maanmaand, dat is eind januari of begin februari (14 februari 2010). Voorafgaand aan het feest worden de huizen grondig schoongemaakt, gerepareerd of geschilderd; aan de deur hangt men stroken rood papier met gelukswensen om de kwade geesten te verdrijven. Het eten wordt enkele dagen van te voren klaargemaakt, want het brengt ongeluk om in de eerste dagen van het jaar een mes te gebruiken. Typische gerechten zijn in niangao (zoete rijstpudding) en mantou (gestoomde broodjes). Op oudejaarsavond is de familie bij elkaar en wisselt met cadeautjes uit. Kort voor middernacht wordt er vuurwerk afgestoken. De eerste dag in het nieuwe jaar is voor familiebezoek, de andere twee dagen bezoek je vrienden.
Het Lantaarnfestival (Yuanxiao Jie) is de afsluiting van het Lentefeest en valt op de 15e van de eerste maand (28 februari 2010). Het symboliseert het afscheid van de winter en het verwelkomt het licht en de warmte van de zomer. Oorspronkelijk werden lantaarns ontstoken om de ziel van de voorouders, die het Lentefeest hadden meegevierd, goed te kunnen begeleiden naar het hiernamaals. Tegenwoordig is het vooral een feest voor kinderen die 's avonds met hun lampionnen op straat gaan. Vast onderdeel is de leeuwendans. Begeleid door een drummer, een gongspeler en een bekkenspeler gaat de hongerige leeuw op zoek naar voedsel. Hij vindt een kropje sla, besnuffelt de krop maar vertrouwt het niet. Als hij het uiteindelijk wel vertrouwt, eet hij de krop vol overgave op. Na enkele happen spuugt hij de stukjes sla uit en verspreidt zo de zegen voor het nieuwe jaar. Ook bij andere gelegenheden, zoals de opening van een winkel of restaurant, worden vaak leeuwendansen uitgevoerd.
Het gravenfestival (Qingming) valt op 5 april volgens de zonnekalender. Het is de dag om de doden te herdenken en hun eer te bewijzen.
Vroeger gingen hele families naar het familiegraf. Eerst werd er wierook gebrand en knielde ieder mannelijk familielid voor zijn de voorouders. Het graf werd schoongemaakt en er werden stokken met gele linten neergezet om verdwaalde geesten weg te houden. Alleen op het platteland wordt deze dag nog zo gevierd. In de steden is dit eerder een dag van bezinning en patriottisme geworden.
Het Drakenbootfestival wordt midden in de zomer, op de vijfde dag van de vijfde maankalender, gevierd (6 juni 2010). Op deze dag brengen de Chinezen kleine voedseloffers, (zongzi). Deze driehoekige rijstknoedels gewikkeld in bamboebladeren worden ter ere van Qu Yuan in de rivier gegooid maar ook opgegeten. Qu yuan was een hoge officier die zelfmoord pleegde door in de rivier Miluojiang te springen. De vorst die hij diende had zijn advies in de wind geslagen en de Qinstaat werd veroverd. Veel mensen zouden hem met boten hebben gezocht en dat is de oorsprong van de drakenboot wedstrijden en parades die op deze dag gehouden worden.
Begin van de herfst (24 augustus 2010) worden tijdens het festival van de Hongerige Geesten op straat vuurtjes gestookt en papieren geschenken verbrand om de onrustige geesten te kalmeren. Begrafenissen staan vaak bol van rituelen, waarbij muziek wordt gemaakt en vuurwerk wordt afgestoken. De gebruiken verschillen van streek tot streek.
Het Maanfestival of Herfstfestival vindt plaats op de vijftiende dag van de achtste maand (22 september 2010). De maan wordt geassocieerd met yin, het vrouwelijke. Op deze dag brengen ook vrouwen offers aan de maan, in vorm van fruit. Fruit staat voor de wens tot vruchtbaarheid. Tijdens het festival eten de Chinezen maankoeken, ronde koeken die gevuld zijn met fijngehakte zaden van lotusbloem, vruchten, noten, ham of eierdooiers. De vulling kan per streek verschillen.
Gewoonten en gebruiken
Het is gemakkelijk om met Chinezen in contact te komen. Het is leuk en je reis krijgt een extra dimensie als je moeite doet om lokale mensen te ontmoeten. Alleen de taal kan een probleem zijn. Toch is het niet moeilijk om mensen te ontmoeten die Engels spreken en graag met je willen oefenen. Alle studenten aan de universiteit moeten zware Engelse testen afleggen, dus daar ontmoet je zeker mensen die Engels spreken. Je kunt ook bij Engelse trainingscenters informeren naar speciale bijeenkomsten waar mensen hun Engels oefenen (de zogenaamde English corners). Je bent meer dan welkom en wellicht krijg je goede tips over bezienswaardigheden of restaurants en kom je wat meer te weten over de Chinese cultuur.Chinezen zijn erg trots op hun land en hun 5000 jaar oude cultuur. Ook zijn ze trots op hun diverse keukens. Eten en lokale gerechten zijn altijd goede gespreksonderwerpen. ‘Wat voor speciale delicatessen zijn er in uw hometown?’, is altijd een goede vraag om het ijs te breken.
Praat liever niet over politiek gevoelige onderwerpen als Taiwan, Xinjiang, Tibet en het Tiananmen bloedbad op het plein van de Hemelse Vrede.
Chinezen gaan over het algemeen conflicten uit de weg. Buitenlanders zijn in Chinese ogen vaak wel erg direct. Indien je een probleem hebt (bijvoorbeeld in je hotel) kun je het beste kalm blijven en zelf een oplossing voorstellen. Veel werknemers mogen zelf geen beslissingen nemen en je kunt beter naar een bovengeschikte vragen. Kwaad worden helpt nooit, blijven glimlachen werkt veel beter.
Chinezen zijn erg nieuwsgierig naar de buitenwereld en naar buitenlandse toeristen. De meeste mensen hebben geen paspoort en visa zijn moeilijk te krijgen. Daarnaast zijn vliegtickets voor de gewone man erg duur. Hoewel het aantal buitenlandse toeristen in China elk jaar toeneemt, zijn foreign friends nog min of meer een nieuwigheid. Het is leuk als je foto's van je gezin, je werk of woonplaats meeneemt. Ook is het leuk om Nederlandse delicatessen zoals Haagse hopjes, zoute drop of stroopwafels aan te bieden. Mensen zijn zo benieuwd naar ander eten, het is echt een nationale liefhebberij.
In China zul je zeker veel aangestaard wordt. Als je ‘hello’ zegt, moeten de mensen meestal giechelen of hard lachen. Anderen roepen hard ‘how are you’, alleen om een reactie van de exotische buitenlander uit te lokken. Vaak vindt men dat men recht heeft om te weten waar je vandaan komt, zelfs als je ziek bij de dokter ligt. Hoewel dit gedrag soms irritant kan zijn, zijn de meeste mensen aardig en erg hulpvaardig. Het is een kwestie van wennen. In de ogen van de meeste Chinezen zijn buitenlanders erg rijk. Het is niet ongewoon of onbeleefd dat men naar je salaris vraagt. Je kunt natuurlijk zeggen dat dat onderwerp in Nederland taboe is.
Wanneer Chinezen elkaar ontmoeten is het gebruikelijk om elkaar de handen te schudden. Het maakt niet uit of dat een man of een vrouw is. Men houdt elkaars hand vaak veel langer vast dan bij ons gebruikelijk is en het kan vergezeld gaan van een knikje. In China is het verder beleefd om op te staan om de zojuist binnengekomen persoon een hand te geven en je kunt daarna ook niet meteen weer gaan zitten. In het openbaar kussen Chinezen elkaar nooit bij een ontmoeting of afscheid. Wel vinden bij deze gelegenheden soms omhelzingen plaats. Van lichamelijke intimiteiten in het openbaar worden Chinezen nogal nerveus. Emoties en lichamelijk contact horen thuis in de privésfeer.
Chinezen vinden het vreselijk om in het openbaar hun gezicht te verliezen. Als Chinezen een lastige vraag niet kunnen beantwoorden, kan het zijn dat ze gaan lachen om hun gêne te verbergen. Dat kan ook gebeuren wanneer men iets niet goed heeft begrepen of niet zeker van zijn zaak is. ‘Het komt niet gelegen’ is voor de Chinees vaak een beleefde manier om te zeggen dat iets onmogelijk of lastig is.
Als Chinezen met een groep uit eten gaan, is het niet de gewoonte dat iedereen voor zich bestelt. Elke schotel staat ter beschikking van alle tafelgenoten die zich er met hun eigen eetstokjes van bedienen. Regel daarbij is zoveel gasten, zoveel gerechten plus een soep. Voorwaarde is een grote ronde tafel met bij voorkeur een schijf in het midden zodat iedereen makkelijk bij de gerechten kan komen. Soep is de laatste gang. Chinezen vinden voedsel dat in de maag in de soep plonst ongezond.
Tot de Chinese eetgewoonten hoort luidruchtig slurpen en boeren. Na afloop van een maaltijd wordt de tafel en de nabije omgeving soms als een chaotische puinhoop achtergelaten, met overal etensresten, kippenbotten, visgraten, enzovoort. Dit soort gedrag vinden westerlingen over het algemeen onsmakelijk. Ook storen zij zich aan het rochelen waar de meeste Chinezen, vooral op het platteland, zich vol overtuiging aan overgeven. Er wordt lawaaierig geschraapt, gesnoven en gespuugd. Stoor je vooral niet teveel aan dit soort gedrag want het zijn nu eenmaal de gewoontes van het land.
Meer informatie over culturele verschillen en omgangsvormen vind je in TE GAST IN China (te bestellen via www.tegastin.nl)
Klimaat
China is een immens land met verscheidene klimaatzones. In het noorden, noordwesten en midden van China heerst een landklimaat met lange, koude winters en korte warme zomers. In de winter kunnen de temperaturen dalen tot min 20º C, in de zomer liggen de temperaturen tussen 25º C en met uitschietrs tot boven 40º C in de Turpan. In de herfst is het overdag nog redelijk warm, maar koelt het ‘s avonds sterk af. Na half oktober stijgt de temperatuur normaal gesproken niet boven de 15º C. Ten zuiden van de lijn Xian - Shanghai heerst een subtropisch tot tropisch klimaat (Hongkong). In de zomer is het iets warmer en vochtiger dan in het noorden en ‘s winters daalt de temperatuur zelden beneden de 10º C. Hier kan het hele jaar door regen vallen.
De beste reisperiode is van april tot oktober. In de wintermaanden kan het erg koud worden.
Klimaatzones: China heeft verschillende klimaatzones. We verdelen voor de duidelijkheid China:
- Noord China (Regio: Shandong, Hebei, Shanxi, Shaanxi, Ningxia, Binnen-Mongolië, Beijing, Liaoning, Jilin en Heilongjinang)
Noord China kent een land- en woestijnklimaat met temperaturen in de winter van gemiddeld -15 tot 5 graden en in de zomer een gemiddelde van 20 tot 30 graden. - Zuid China (Regio: Sichuan, Hubei, Henan, Anhui, Jiangsu, Shanghai Shi, Zhejiang, Fujian, Jiangxi, Hunan, Guizhou, Yunnan, Guangxi, Guangdong, Hong Kong en Hainan)
Zuid China kent een zee- en tropisch klimaat met temperaturen in de winter van gemiddeld 5 tot 20 graden en in de zomer een gemiddelde van 30 tot 40 graden. - West China (Regio: Xinjiang, Gansu, Qinghai en Tibet)
West China kent een woestijn- en hooggebergteklimaat met temperaturen in de winter van gemiddeld 0 tot -15 graden en in de zomer een gemiddelde van 25 tot 40 graden.
Landschap
Meer dan de helft van China bestaat uit bergen en woestijnen. In het noorden en noordwesten ligt het plateau van Centraal-Azië met bergen, woestijnen en droge rivierbekkens. Het laaggelegen oosten wordt geïrrigeerd door de Gele Rivier, de Yangze en de Si Kiang. Dankzij het slib is deze delta het vruchtbaarste landbouwgebied van China. Hier zijn de belangrijkste steden en industrieën tot ontwikkeling gekomen. De tussenzone, met hoogtes van 500 tot 2000 meter loopt van Yunnan / Guizhou noordwaarts richting Binnen-Mongolië westwaarts tot in Xinjiang en naar het noordoosten in Heilongjiang. De Tibetaanse hoogvlakte ligt hoger dan 2000 meter en heeft pieken van 7000 tot 8000 meter. Het landschap in het zuiden en zuidwesten heeft een weelderige plantengroei en beboste bergen die vaak in de nevel gehuld zijn. Het zuidwesten is de streek van de bamboebossen en de panda.
Religie
Het beleid van de Chinese overheid is erop gericht dat religie wordt getolereerd, maar niet gestimuleerd. In de grondwet van 1982 werd vastgesteld dat voor alle burgers godsdienstvrijheid geldt. Over het algemeen houden de meeste Chinezen voor zich wat hun geloof is. Traditionele levensfilosofieën en religies zijn confucianisme, taoïsme en boeddhisme. Verder is er een kleine moslim- en christenminderheden.
Al meer dan tweeduizend jaar leven de Chinezen volgens de regels van het confucianisme. Een stelsel van ethische regels dat de nadruk legt op deugdzaamheid, persoonlijke groei door het beoefenen van de wetenschap, eerbied voor de familie en gerechtheid. Deze regels zijn in de vijfde eeuw voor Christus door Confucius ontwikkeld en op papier gezet. Confucius ging uit van een strenge hiërarchie en definieerde deze zeer helder en precies. Alleen als elk afzonderlijk lid van de samenleving volledige verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar positie, kan de maatschappij als geheel goed functioneren. Aan familiebanden en sociale betrekkingen werd fundamentele betekenis toegekend. Tussen vader en zoon, (de zoon moet de vader zonder voorbehoud gehoorzamen), tussen man en vrouw (vrouwen hebben nauwelijks individuele rechten), tussen oudere en jongere broer, tussen vrienden onderling en tussen heerser en onderdaan.
Het taoïsme, de filosofie van de Lao Tse, neemt de natuur als voorbeeld. Even als Confucius wilde Lao Tse het gedrag van de mens in overeenstemming brengen met de tao (weg van de natuur of leven in harmonie). Terwijl Confucius harmonie nastreefde door op een rationele wijze regels voor het menselijke gedrag vast te leggen, geloofde Lao Tse dat de mens zijn eigen natuur moet volgen, zonder van buiten opgelegde beperkingen. Een taoïst veroordeelt alles wat voortgekomen is uit beschaving zoals weelde, kennisonderwijs en wetten. Hij gaat uit van het principe van niet-handelen of niet-ingrijpen (wuwei). Tao bestaat uit twee tegenpolen yin (het passieve, vrouwelijke, donkere element) en yang (het actieve, mannelijke lichte element), die weer een eenheid vormen. Zonder yin bestaat er geen yang en zonder yang geen yin.
Boeddhisten zijn de aanhangers van de leer van Siddhartha Gautama, een prins die zo'n 2500 jaar geleden in Noord-India een levensleer verkondigde, die in feite bedoeld was om het verstarde hindoeïsme van die tijd te hervormen. Hij bereikte in zijn leven de verlichting en ging de geschiedenis in als de boeddha. Zijn levensleer zegt al dat het wel of niet bestaan van een god of goden feitelijk van ondergeschikt belang is voor de boeddhisten. In navolging van het hindoeïsme beweert Boeddha dat alles wat bestaat een eeuwige opeenvolging van ontstaan en vergaan is, waaraan in principe niets kan ontsnappen: niet de goden, niet het universum, niet de mensen. Het is Boeddha echter wel gelukt om uit dit eeuwige rad van wedergeboorten los te komen. Zijn leer is een ontsnappingsmethode naar het nirvana, een staat van tijdloze rust en eenheid met alles.
De eerste grote boeddhistische waarheid is dat alle leven lijden is. Dit lijden is het gevolg van onze begeerten. Door het opheffen van die begeerten kan men een einde maken aan het lijden. De laatste grote waarheid verwijst dan naar de manier om die verlangens op te heffen, namelijk door het bewandelen van de juiste weg. Die juiste weg bestaat uit een systeem van denken en handelen dat ervoor zorgt dat het karma van degene die hem bewandelt, verbetert. Karma is een soort optelsom van alle goede en slechte gedachten en handelingen uit dit en vorige levens; een verantwoording voor het geleefde leven. Naarmate het karma verbetert door het bewandelen van de juiste weg, reïncarneert men in reinere vormen. Tenslotte bereikt men het stadium van bodhisattva, waarin men niets anders meer verlangt dan het geluk van alle anderen. Vervolgens lost men op in het nirvana, de staat van verlichting waarin men beseft dat alles wat bestaat illusie is en slechts een luchtspiegeling van een ondeelbare eenheid die in zichzelf rust.
Na de dood van Boeddha viel de religie uiteen in twee richtingen: het mahayana-boeddhisme en het theravada-boeddhisme.
Het mahayana-boeddhisme gaat uit van de universele verlossing van alle levende wezens en wordt daarom het ‘grote voertuig’ genoemd. Deze stroming kent ‘bodhisattwa’s’, stervelingen die de verlichting al hebben bereikt, maar op aarde blijven om de mensen de juiste weg te wijzen. Het mahayana-boeddhisme heeft zich onder andere verspreid over China, Nepal, Japan, Korea en Vietnam.
Het theravada-boeddhisme staat ook bekend als ‘School van de Ouderen’ en komt vooral voor in Sri Lanka, Myanmar, Thailand, Cambodja, Indonesië, Maleisië en Zuid-India. Deze richting binnen het boeddhisme beperkt zich tot de individuele verlossing van de mens, zonder tussenkomst van anderen, en heet daarom het ‘kleine voertuig’. Wie zelfstandig de verlichting bereikt, wordt ‘arhat’. Deze status is echter alleen voorbehouden aan de monniken. Leken kunnen tijdens hun leven op aarde hoogstens iets toevoegen aan hun karma en herboren worden in een hogere positie. Men kan zijn karma verhogen door het doen van goede werken, zoals het geven van aalmoezen aan monniken en donaties aan tempels. Het onbaatzuchtig geven of ‘dana’ is dan ook de belangrijkste vorm van deugdzaamheid die leidt tot een goed karma.
Taal
In China spreekt men verschillende talen. De officiële taal, het Algemeen Beschaafd Chinees, heet in het Chinees Putonghua. Dit is gebaseerd op het Chinees dat rond de hoofdstad Beijing wordt gesproken. Het wordt gebruikt op scholen en in de nationale media. De Chinese spreektaal heeft een geheel andere structuur en andere klanken dan bijvoorbeeld de westerse talen. Woorden kunnen met vier verschillende tonen worden uitgesproken en veranderen van betekenis. Yan jing in de eerste toon betekent ‘ogen’ en ‘bril’ in de vierde toon. Als je fouten maakt met de tonen kunnen de Chinezen het al snel niet meer verstaan. Toch zijn Chinezen altijd erg onder de indruk van buitenlanders die wat Chinees (proberen te) spreken. Het loont dus zeer de moeite waard om een paar zinnetjes uit je hoofd te leren. Kijk daarvoor bijvoorbeeld op www.chinesepod.com.
Vaak zijn Chinese karakters voorzien van een ‘vertaling’ in onze letters. Chinees is uitgeschreven in het zogenaamde pinyin. Voor de reiziger is pinyin niet erg handig, want de letters worden op een andere manier gebruikt dan in het Nederlands. Zo wordt Xiamen uitgesproken als ‘sjaamen’ en Quanzhou als ‘tsjwuendzoo’. Bovendien geeft het pinyin meestal de toon niet aan. Oudere Chinezen weten vaak geen raad met pinyin. Indien je een adres alleen in pinyin heeft, kun je dit het beste laten zien aan schoolkinderen, zij hebben net pinyin geleerd op school.
